boerenlul

mannelijk (de)/ˈburə(n)ˌlʏl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een ruw, onbeschaafd, onhandig en dom persoon; een simpele ziel
  2. geuzennaam voor een agrariër
    Met 'Ik bun moar een eenvoudige boerenlul gaat Høken in Bentelo van start. Een uitzinnig publiek, gekleed in óf een Normaal-shirt of helemaal geen bovenkleding. 'De letste keer in Bèèntel!', schreeuwt frontman Bennie Jolink het publiek toe. Tubantia 13-09-15, [https://www.tubantia.nl/hof-van-twente/in-beeld-8000-hokers-in-bentelo-voor-laatste-concert-normaal~aebd661c/ In beeld: 8000 'høkers' in Bentelo voor laatste concert Normaal]

Vertalingen

Engelsson-of-a-bitch, asshole, hick