college

onzijdig (het)/kɔˈleʒə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs (onderwijs) bijeenkomst waarin een docent een bepaald onderwerp uitlegt aan studenten
    Net als vorig jaar komt De Wereld Draait Door met DWDD Summerschool, een kort college van een bekende gastspreker. Vanavond trapt Taco Dibbits af, de nieuwe directeur van het Rijksmuseum, met een college over de jonge Rembrandt. In het bijzonder vestigt hij de aandacht op de huwelijksportretten van Marten Soolmans en Oopjen Coppit uit 1634, die afwisselend in het Louvre en het Rijksmuseum worden tentoongesteld. NRC 24 juni 2016
  2. onderwijs (onderwijs) scholengemeenschap
    Staatssecretaris Dekker, die onder meer over het project Zomerscholen aan de tand zal worden gevoeld, heeft een klein psychologisch voordeel. Eén van de twee deelnemers komt van zijn eigen oude school: het Oranje Nassau College uit Zoetermeer. NRC Philip de Witt Wijnen 21 juni 2016
  3. organisatiekunde (organisatiekunde) regeringslichaam of bestuurslichaam
    Het kunstwerk Kissing Earth van de Deens-IJslandse kunstenaar Olafur Eliasson, dat op het plein van Rotterdam Centraal moest komen staan, gaat niet door. Het college schrijft in een brief dat het niet is gelukt om de financiën rondom de twee enorme stalen wereldbollen rond te krijgen. NRC Menno Sedee 29 juni 2016

Etymologie

*afgeleid van het Latijnse 'collēgium' (ambtgenootschap, genootschap, gilde) ( ?)

Uitdrukkingen

  • Het college van Bestuur.

Vertalingen

Engelsclass, lecture, university class
Franscours, collège
DuitsVorlesung, Kolleg
Spaansclase, colegio