dorpshuis

onzijdig (het)/ˈdɔrᵊpsˌhœys/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. huis in een dorp
  2. ontmoetingscentrum in een dorp
    Het resort was een muffig dorpshuis met wat geweien aan de muur. Een versleten, opgezette zwarte beer was een voorproefje van wat me te wachten stond.