dorpsrand

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de boord of grens van een dorp of dorpsbebouwing
    Maar vervolgens kan ze maar twee zinnen bedenken, en die schreeuwt ze uit: 'En of ik beter ben! Honderd keer beter dan jij!' Gote reageert niet, maar er wordt Dora wel iets duidelijk. De woorden klinken goed, en het voelde heerlijk om ze uit te schreeuwen: 'En of ik beter ben!' Maar bij nader inzien is deze zin de moeder van alle problemen. Aan de dorpsrand van Bracken, maar ook wereldwijd.