fonds

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een voor een bepaald doel vastgelegd kapitaal, ('potje')
    een kankerfonds is geld bestemd voor de kankerbestrijding (en niet voor het pensioen van de directeur)
    Dus aangekomen in een gehucht-met-wifi in Noord-Oregon (Big Lake Youth Camp) zocht ik een website waar ik fondsen mee kon gaan werven.
  2. vereniging die dat kapitaal vergaart en beheert
    bestuurslid van een kankerfonds heeft ruim zeshonderdduizend euro in eigen zak gestoken
  3. effect (waardepapier) van een bepaalde uitgevende instelling b.v. een aandelenfonds, beleggingsfonds, indexfonds, obligatiefonds
    fondsen worden meestal verhandeld via beurzen
  4. uitgeversfonds (alle werken waarvan een uitgever het recht van uitgave bezit)
    Als uitgever heb ik een succesvolle bijdrage geleverd aan het verhogen van de omzet voor het fonds
  5. ziekenfonds

Etymologie

*afgeleid van het Franse fonds of daarvoor van het Latijnse 'fundus'

Vertalingen

Engelsfund, collective investment scheme
Fransfonds, fonds de placement
Spaansfondo, fondo común de inversión
Italiaansfondi comuni di investimento
Portugeesfundo de investimento
RussischИнвестиционная компания
Chinees证券投资基金
Japans投資信託
Koreaans투자신탁
Turksfon
Poolsfundusz inwestycyjny
Zweedsfond