frictiewerkloosheid

vrouwelijk (de)/ˈfrɪksiˌwɛrᵊkˌloshɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de werkloosheid die ontstaat door het verdwijnen van werk terwijl er al een onvervulde vacature is.
    Frictiewerkloosheid valt moeilijk te voorkomen.