frisdrankfles

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈfrɪzdrɑŋkˌflɛs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. fles waarin frisdrank verkocht wordt
    Op de dag dat een aanslagpleger een aantal mensen neerstak op de London Bridge, stopte Dora een paar frisdrankflessen in de oudpapiermand op de werkkamer.