gebuur

mannelijk (de)

Wat is de betekenis van gebuur?

gebuur betekent: iemand die dichtbij woont

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die dichtbij woont

Voorbeelden van "gebuur" in een zin

  • In het nieuwe toneelstuk van Daem, Het Moederskind, richt een moeder zich tot haar zoon: 'Kijk, met het vrouwvolk doet ge maar wat ge niet laten kunt, ik wil mij daar niet mee bemoeien, ge zijt oud genoeg. Maar als ik al van de geburen moet horen dat ge de laatste tijd gedurig in restaurants gezien zijt met een gescheiden vrouw, die met twee grote kinderen achtergelaten is! Eén die nota bene haar beste jaren gehad heeft en toch nog 't onderste uit de kan probeert te halen. Dan begint ge u als moeder vragen te stellen en zorgen te baren. Dat is toch niet te verwonderen?' NRC Raymond van den Boogaard 13 oktober 1995 [https://www.nrc.nl/nieuws/1995/10/13/de-taal-maakt-mij-bijna-almachtig-gesprek-met-geertrui-7284288-a658483 De taal maakt mij bijna almachtig; Gesprek met Geertrui Daem, genomineerd voor de AKO Literatuur Prijs]

Betekenis en uitleg van gebuur

Een 'gebuur' is iemand die in de nabijheid woont, een buurman of buurvrouw. Het woord straalt een gevoel van gemeenschap uit, waarbij de relaties tussen mensen die dicht bij elkaar wonen belangrijk zijn.

Het woord 'gebuur' wordt vaak gebruikt in informele gesprekken om de connectie met mensen in je directe omgeving aan te geven. Je kunt het gebruiken wanneer je praat over sociale interacties met je buren, zoals het lenen van een kopje suiker of het organiseren van buurtactiviteiten. Er is vaak een warme, persoonlijke nuance aan het woord, die het idee van saamhorigheid benadrukt.

Voorbeelden

  • Mijn gebuur helpt me altijd met het onderhouden van mijn tuin.
  • Tijdens de zomer organiseerden we een barbecue met al onze geburen.
  • Het is fijn om te weten dat je gebuur altijd voor je klaarstaat in geval van nood.

Woordoorsprong

Het woord 'gebuur' is afgeleid van het Oudnederlandse 'gebūr', wat 'dichterbij' of 'naast' betekent. Het heeft verwantschap met het woord 'buur', dat ook naar nabijheid verwijst.

Veelgestelde vragen over gebuur

Wat is de betekenis van gebuur?

gebuur betekent: iemand die dichtbij woont

Welk woordgeslacht heeft gebuur?

gebuur is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van gebuur?

Synoniemen van gebuur zijn: buurman, buurvrouw, nabuur, buurtgenoot, buur.

Hoe gebruik je gebuur in een zin?

Voorbeeld: “In het nieuwe toneelstuk van Daem, Het Moederskind, richt een moeder zich tot haar zoon: 'Kijk, met het vrouwvolk doet ge maar wat ge niet laten kunt, ik wil mij daar niet mee bemoeien, ge zijt oud genoeg. Maar als ik al van de geburen moet horen dat ge de laatste tijd gedurig in restaurants gezien zijt met een gescheiden vrouw, die met twee grote kinderen achtergelaten is! Eén die nota bene haar beste jaren gehad heeft en toch nog 't onderste uit de kan probeert te halen. Dan begint ge u als moeder vragen te stellen en zorgen te baren. Dat is toch niet te verwonderen?' NRC Raymond van den Boogaard 13 oktober 1995 [https://www.nrc.nl/nieuws/1995/10/13/de-taal-maakt-mij-bijna-almachtig-gesprek-met-geertrui-7284288-a658483 De taal maakt mij bijna almachtig; Gesprek met Geertrui Daem, genomineerd voor de AKO Literatuur Prijs]

Etymologie

* afleiding van buur

Vertalingen

Engelsneighbour