groeitijd

mannelijk (de)/ˈɣrujtɛit/

Wat is de betekenis van groeitijd?

groeitijd betekent: de periode van het jaar dat iets groeit

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de periode van het jaar dat iets groeit
  2. de totale tijd die nodig is voor het groeien
  3. de tijd dat iets groeit

Voorbeelden van "groeitijd" in een zin

  • Paddenstoelen hebben hun groeitijd vooral in de herfst.
  • Sommige houtsoorten hebben een langere groeitijd dan anderen.
  • In de groeitijd van de economie zijn er veel te veel kantoren gebouwd.

Veelgestelde vragen over groeitijd

Wat is de betekenis van groeitijd?

groeitijd betekent: de periode van het jaar dat iets groeit

Hoeveel betekenissen heeft groeitijd?

groeitijd heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft groeitijd?

groeitijd is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je groeitijd in een zin?

Voorbeeld: “Paddenstoelen hebben hun groeitijd vooral in de herfst.