grootmama

vrouwelijk (de)/ˈɣrotmama/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. moeder van een van je ouders
    De bewindsvrouw zei vrijdag na het kabinetsberaad dat gastouderopvang mogelijk moet blijven. Eerder deze week werd bekend dat ze de subsidie voor de opvang door grootmama en grootpapa wilde afschaffen. Coalitiepartij ChristenUnie is fel tegen dit voorstel. De partij vindt dat deze goedkope vorm van opvang in een grote behoefte voorziet en vindt bovendien dat de overheid niet moet uitmaken waar ouders hun kinderen laten opvangen. De keuzevrijheid moet overeind blijven, aldus Dijksma vrijdagavond. De Telegraaf 15 nov. 2012 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1243558/dijksma-binnen-week-oplossing-gastouderopvang Dijksma: binnen week oplossing gastouderopvang]
    De grootouders van Maurits, prinses Juliana (89) en prins Bernhard (86), waren nog van de partij. Een ontroerend momentje was het toen prins Willem-Alexander zijn grootmama feliciteerde. Het Parool 28 mei 2008 [https://www.parool.nl/nieuws/tien-jaar-oranjegeluk~bf279341/ Tien jaar Oranjegeluk]