grootspreker
mannelijk (de)
Wat is de betekenis van grootspreker?
grootspreker betekent: persoon die zich belangrijker voordoet dan bij of zijn eigenlijk is
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- persoon die zich belangrijker voordoet dan bij of zijn eigenlijk is
Voorbeelden van "grootspreker" in een zin
- Dirk citeert Voltaire, Gijsbert noemt Voltaire een godloochenaar, Dirk citeert Rousseau en Gijsbert zegt dat Rousseau niets dan een zedeloze grootspreker is, die voor mensen zonder moraal een gevaarlijke aantrekkingskracht heeft.
- Die grootspreker uit het apenland heeft vandaag meer dan genoeg van zijn zenuwen en geduld gevergd, hij zal nu niet met hem twisten.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek