Synoniemen van grootspreker
mannelijk (de)
persoon die zich belangrijker voordoet dan bij of zijn eigenlijk is
opschepperiemand die vaak opschept tot ergernis van anderensnoever(scheldwoord) opschepperopsnijderopschepper, snoever, pocher, blufferzwetseriemand die zwetstpocheriemand die opschept over zichzelfblufferiemand die andere misleidt door grootspraakblaaskaak(pejoratief) iemand die altijd opschept over zichzelf zonder dat daar echt re…praatjesmakervlotte prater
Veelgestelde vragen
Wat zijn goede synoniemen van grootspreker?
Synoniemen van grootspreker zijn: opschepper, snoever, opsnijder, zwetser, pocher, bluffer, blaaskaak, praatjesmaker.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek