halftime
mannelijk (de)/ˈhɑːftɑjm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het moment halverwege het begin en het einde
- de rust halverwege een wedstrijdHet album zelf is verkrijgbaar vanaf 2 februari. Twee dagen later verzorgt de 36-jarige Timberlake de beroemde halftime show' bij de finale van de Amerikaanse footballcompetitie, de Super Bowl. Tubantia 04-01-18 [https://www.tubantia.nl/show/justin-timberlake-brengt-vier-videoclips-uit~af47641b/ Justin Timberlake brengt vier videoclips uit]Justin Timberlake treedt op tijdens de halftime-show, die bijkans populairder is dan de prestigieuze wedstrijd zelf. Pink zal het volkslied ten gehore brengen. Zowel Cindy's zoon Presley als dochter Kaia treden in hun moeders voetsporen wat betreft modellenwerk. Kaia heeft net haar eerste Vogue-cover te pakken en samen met Presley werkt ze onder andere voor Calvin Klein. Tubantia 12-01-18 [https://www.tubantia.nl/show/cindy-crawford-en-zoon-presley-in-super-bowl-frisdrankcommercial~a3e1937b/ Cindy Crawford en zoon Presley in Super Bowl frisdrankcommercial]
Etymologie
* uit het Engels
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek