hut

mannelijk/vrouwelijk (de)/hʏt/

Wat is de betekenis van hut?

hut betekent: (bouwkunde) primitieve behuizing voor mens en huisdier, gemaakt van ter plaatse aanwezig materiaal: hout, plaggen, leem e.d. (een behuizing voor uitsluitend dieren, wordt nooit een 'hut' genoemd)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) primitieve behuizing voor mens en huisdier, gemaakt van ter plaatse aanwezig materiaal: hout, plaggen, leem e.d. (een behuizing voor uitsluitend dieren, wordt nooit een 'hut' genoemd)
  2. schuilgelegenheid in de bergen
  3. eenvoudige behuizing als vacantieverblijf op een kampeerterrein of in recreatiegebied
  4. scheepvaart (scheepvaart) ruimte aan boord van een schip voor werkzaamheden van de bemanning, of als accommodatie voor passagiers

Voorbeelden van "hut" in een zin

  • Gelukkig staan de meeste hutjes nu in een openluchtmuseum.
  • Midden in de nacht schrok ik wakker doordat de deur met een klap opensloeg. Twee jongens sprongen verschrikt de hut in, een hoop commotie veroorzakend.
  • Op de hoogste top van Californië. Geen enkele beschutting, behalve een hutje met een metalen dak.
  • De vorige bewoners hadden de hut netjes achtergelaten.
  • Op het terrein staan ook enkele trekkershutten.

Betekenis en uitleg van hut

Een hut is een eenvoudige, vaak tijdelijke onderkomen dat meestal is gemaakt van natuurlijke materialen zoals hout of riet. Je kunt het zien als een gezellige schuilplaats, vaak in de natuur, waar mensen kunnen ontspannen of samenkomen.

Het woord 'hut' wordt vaak gebruikt in de context van kamperen of vakanties in de natuur. Je kunt bijvoorbeeld denken aan een berghut waar wandelaars overnachten of een strandhut waar je kunt schuilen voor de zon. Het heeft een informele en gezellige connotatie, wat het aantrekkelijk maakt voor avontuurlijke uitjes.

Voorbeelden

  • Na een lange wandeling bereikten we eindelijk de hut, waar we ons konden opwarmen bij de open haard.
  • De kinderen speelden in de achtertuin en bouwden een hut van takken en bladeren.
  • Tijdens onze vakantie op het platteland huurden we een schattige hut aan het meer, perfect voor een ontspannen weekend.

Woordoorsprong

Het woord 'hut' komt waarschijnlijk van het Oudgermaanse woord 'hutta', wat een soort schuilplaats of onderkomen betekent.

Veelgestelde vragen over hut

Wat is de betekenis van hut?

hut betekent: (bouwkunde) primitieve behuizing voor mens en huisdier, gemaakt van ter plaatse aanwezig materiaal: hout, plaggen, leem e.d. (een behuizing voor uitsluitend dieren, wordt nooit een 'hut' genoemd)

Hoeveel betekenissen heeft hut?

hut heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft hut?

hut is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van hut?

Synoniemen van hut zijn: kot, hok, cabine.

Hoe gebruik je hut in een zin?

Voorbeeld: “Gelukkig staan de meeste hutjes nu in een openluchtmuseum.

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "hutte" van "hütte", in de betekenis van ‘houten woning’ aangetroffen vanaf 1475

Vertalingen

Franscabane, hute, cahute
Spaanschoza, camarote
Italiaanscapanna
Russischхижина
Turkskulübe
Poolschata, szałas
Zweedsstuga