huwelijkspartner
mannelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van huwelijkspartner?
huwelijkspartner betekent: (familie) een getrouwd persoon
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (familie) een getrouwd persoon
Voorbeelden van "huwelijkspartner" in een zin
- De huwelijkspartner van Alex organiseerde een romantische huwelijksreis.
Veelgestelde vragen over huwelijkspartner
Wat is de betekenis van huwelijkspartner?
huwelijkspartner betekent: (familie) een getrouwd persoon
Welk woordgeslacht heeft huwelijkspartner?
huwelijkspartner is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van huwelijkspartner?
Synoniemen van huwelijkspartner zijn: eega, gade, gemaal, echtgenoot.
Hoe gebruik je huwelijkspartner in een zin?
Voorbeeld: “De huwelijkspartner van Alex organiseerde een romantische huwelijksreis.”
Vertalingen
Engelsspouse
Deensægtefælle
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek