woorden
boek
Start
›
H
›
huwelijkspartner
huwelijkspartner
mannelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
familie
(familie) een getrouwd persoon
De huwelijkspartner van Alex organiseerde een romantische huwelijksreis.
Synoniemen
eega
gade
gemaal
echtgenoot
Vertalingen
Engels
spouse
Deens
ægtefælle
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← huwelijkspaar
huwelijkspartners →