kloek
Wat is de betekenis van kloek?
kloek betekent: (landbouw) vrouwtje van een hoenderachtige (en dan vooral kip) die kuikens heeft, broedende hen
Betekenis
- (landbouw) vrouwtje van een hoenderachtige (en dan vooral kip) die kuikens heeft, broedende hen
Voorbeelden van "kloek" in een zin
- Bij hoenders met pluimen op de poten gaan we deze afknippen om te voorkomen dat bij het verlaten van het nest de kloek de eieren stuk maakt.
Betekenis en uitleg van kloek
Het woord 'kloek' beschrijft iemand die moedig, dapper of krachtig is, vaak met een gevoel van vastberadenheid. Het kan ook verwijzen naar een persoon die op een indrukwekkende manier voor anderen opkomt, met een zekere flair.
'Kloek' wordt vaak gebruikt om iemand te beschrijven die niet terugschrikt voor uitdagingen of die zich sterk manifesteert in moeilijke situaties. Het kan zowel in een positieve als een licht ironische context gebruikt worden, afhankelijk van de situatie. Het woord roept vaak beelden op van iemand die met een zekere bravoure zijn of haar mening vertelt of die met lef een risico neemt.
Voorbeelden
- De kloeke vrouw stapte zonder aarzeling het debat in, vastberaden om haar standpunt te verdedigen.
- Tijdens de storm bleef de kloek kapitein aan het roer staan, terwijl de bemanning in paniek raakte.
- Zijn kloeke houding tijdens de presentatie gaf het publiek vertrouwen in zijn ideeën.
Woordoorsprong
De oorsprong van 'kloek' is onduidelijk, maar het heeft mogelijk verwantschap met oude woorden die kracht of moed aanduiden, wat de huidige betekenis versterkt.
Veelgestelde vragen over kloek
Wat is de betekenis van kloek?
kloek betekent: (landbouw) vrouwtje van een hoenderachtige (en dan vooral kip) die kuikens heeft, broedende hen
Welk woordgeslacht heeft kloek?
kloek is een vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van kloek?
Synoniemen van kloek zijn: klokhen, kloeke, kloeker, kloekere, kloekst.
Hoe gebruik je kloek in een zin?
Voorbeeld: “Bij hoenders met pluimen op de poten gaan we deze afknippen om te voorkomen dat bij het verlaten van het nest de kloek de eieren stuk maakt.”
Etymologie
* Ontwikkeld uit Middelnederlands "cloec", "cloc", verwant aan Middelnederduits klōk “behendig, vlug, verstandig, slim”, ook als ontlening in Middelhoogduits kluoc (Duits "klug"), "klókr" “verstandig, slim”. . In de betekenis van “moedig” voor het eerst aangetroffen in 1470, in de betekenis van “groot, flink” voor het eerst aangetroffen in 1602.