ontduiken
/ɔnˈdœykə(n)/
Betekenis
werkwoord
- door zich te bukken, aan iets ontkomenHij wist den aansnorrenden pijl te ontduiken.
- door onder iets te schuilen zich tegen zonnestralen vrij te waren
- aan gevaren of onaangenaamheden weten te ontkomenOm de dagelijkse file op de A44 te ontduiken kunnen automobilisten bij het transferium hun auto parkeren en verder gaan met de bus over een nagenoeg vrije busbaan.
- zich aan een verplichting weten te onttrekkenVrouwen mochten aan de oude Griekse wedstrijden niet deelnemen. Toch probeerde men dit verbod wel eens te ontduiken, zoals blijkt uit het verhaal van een vrouw, die vermomd als trainer naar het boksen van haar zoon ging kijken.
- (om een onderwerp) ontsnappenDen dood toch kan niemand ontduiken; want wij moeten allen, vroeger of later.
Etymologie
*Afgeleid van het Nederlandse werkwoord duiken .
Uitdrukkingen
- de belasting ontduiken — door middel van oneerlijke opgaven zich niet of voor eene te geringe som laten aanslaan
Vertalingen
Duitsausweichen, entkommen, entgehen
Spaansevadir, evadirse, evadir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek