ontduiken

/ɔnˈdœykə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. door zich te bukken, aan iets ontkomen
    Hij wist den aansnorrenden pijl te ontduiken.
  2. door onder iets te schuilen zich tegen zonnestralen vrij te waren
  3. aan gevaren of onaangenaamheden weten te ontkomen
    Om de dagelijkse file op de A44 te ontduiken kunnen automobilisten bij het transferium hun auto parkeren en verder gaan met de bus over een nagenoeg vrije busbaan.
  4. zich aan een verplichting weten te onttrekken
    Vrouwen mochten aan de oude Griekse wedstrijden niet deelnemen. Toch probeerde men dit verbod wel eens te ontduiken, zoals blijkt uit het verhaal van een vrouw, die vermomd als trainer naar het boksen van haar zoon ging kijken.
  5. (om een onderwerp) ontsnappen
    Den dood toch kan niemand ontduiken; want wij moeten allen, vroeger of later.

Etymologie

*Afgeleid van het Nederlandse werkwoord duiken .

Uitdrukkingen

  • de belasting ontduikendoor middel van oneerlijke opgaven zich niet of voor eene te geringe som laten aanslaan

Vertalingen

Duitsausweichen, entkommen, entgehen
Spaansevadir, evadirse, evadir