overgaan

/ˈovərˌɣan/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) van de ene toestand in de andere veranderen
    Langzaam gaat het water over in ijs.
  2. erga (erga) iets anders gaan gebruiken
    We gaan over op aardgas.
    Hij zag het probleem niet zozeer en maakte aanstalten om verder te lopen, waardoor ik overging op een andere strategie.
  3. erga (erga) veranderen in
    De onderkant van de stengel gaat over in de wortel.
  4. erga (erga) van eigenaar veranderen
    De boerderij ging over op zijn zoon toen hij overleed.
    `Heeft het hotel een nieuwe eigenaar?' vroeg ik. `Onlangs is Grand Hotel Europa overgegaan in Chinese handen,' zei hij. 'De nieuwe eigenaar heet meneer Wang. Het gaat om een recente ontwikkeling die we op dit moment onmogelijk kunnen beoordelen.
  5. erga (erga) op school naar een hogere klas gaan
    Ben je overgegaan?
  6. erga (erga) minder worden en uiteindelijk weggaan
    De pijn zal vanzelf overgaan, er zijn geen pillen nodig.
  7. erga (erga) eroverheen gaan
    We wilden net de zebra overgaan toen er een ambulance aankwam.
    In het normale leven denk ik zelden aan de dood, maar hier stond ik elke dag voor beslissingen die weleens fataal af konden lopen, zoals het wel of niet oversteken van een woeste rivier of een hoge pas overgaan tijdens noodweer.
  8. erga (erga) een belsignaal laten klinken
    De telefoon ging over, maar niemand nam hem op.

Vertalingen

Engelschange, turn into, transfer
Duitsübergehen, übergehen, umstellen