pianosolo
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- deel van een muziekuitvoering waarbij alleen de piano te horen isNa een poosje kopieerde ik probleemloos de lange, virtuoze pianosolo’s van de bekendste jazzopnames, maar vroeg iemand me om samen te improviseren, dan viel ik stil.Rutte laat reizigers Den Haag CS genieten van pianosolo: Minister-president Mark Rutte heeft vandaag reizigers verrast met een pianoconcert. Met flink wat toeschouwers om zich heen speelde hij een solo van Schubert tijdens de spits op Den Haag Centraal Station.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek