woorden
boek
Start
›
P
›
pijptabak
pijptabak
mannelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
(gesausde) grof of halfgrof gesneden kerftabak die voor het roken in de pijp geschikt is
Vertalingen
Spaans
tabaco para pipa
Verwante woorden
pijp
pijpaarde
pijpbeen
pijpbeenderen
pijpbenen
pijpbeurt
pijpbeurten
pijpbloem
pijpbloemen
pijpbreuk
pijpbroek
pijpdrop
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← pijpt
pijpte →