pikeur

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) africhter van paarden
  2. beroep, sport (beroep), (sport) bestuurder van een sulky bij drafsport

Etymologie

* van pikeren

Vertalingen

DuitsPferdetrainer, horse coach, Trabrennfahrer