proces
onzijdig (het)/proˈsɛs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (juridisch) een geschil dat twee of meer partijen hebben over hun rechten en dat zij aan de uitspraak van een rechter onderwerpenEen proces heropenen.De waarheidscommissie die nu was begonnen zou niet alleen onschuldige slachtoffers van de politieke processen van een kwade tijd vrijspreken. Ze zou ook schurken brandmerken en niet alleen Tsjecho-Slowaakse schurken.
- de stroom van gelijksoortige gebeurtenissen of handelingen die van de ene toestand naar de andere leidtHet verloop van het proces vertoont telkens weer grote gelijkenis.Hoewel ik als vader niet veel had kunnen doen, aangezien ze dit proces vooral met haar vriendinnen verwerkte, voelde ik me toch schuldig dat ik er niet voor haar was op dit indrukwekkende moment in haar jonge leven.
Etymologie
* Middelnederlands proces (m) ‘beloop, relaas, rechtsgeding’, leenwoord uit Oudfrans procès ‘rechtsgeding; voortgang, verloop, gang van zaken’, ontleend aan Latijn prōcessus ‘voortgang; rechtsgeding’, gesubstantiveerd voltooid deelwoord van prōcēdere ‘voortgaan, naar voren gaan’.
Vertalingen
Engelsprocess
Fransprocès, processus
DuitsRechtssache, Prozeß, Prozess
Spaansproceso, proceso, desarrollo
Portugeesprocesso
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek