simmen

/ˈsɪmə(n)/

Wat is de betekenis van simmen?

simmen betekent: uiten van ontevredenheid

Betekenis

werkwoord
  1. uiten van ontevredenheid

Voorbeelden van "simmen" in een zin

  • Toeristen die terugkomen uit straatarme Afrikaanse streken mogen graag met verbazing vertellen over de vrolijkheid van de mensen aldaar, hun levenskunst en hoe wij in het rijke Westen daar nog iets van kunnen opsteken. Van die pakweg Keniaanse opgewektheid kijk ik in het geheel niet op – waarom zouden armoedige levensomstandigheden tot een slecht humeur moeten leiden? In de oorlog zat bij ons toch ook niet iedereen constant te simmen? HP de Tijd 04/09 | 2009 door:Beatrijs Ritsema [https://www.hpdetijd.nl/2009-09-04/demonstratief-rijk/ Demonstratief rijk]
  • Die zomer van 2004 hield ze zichzelf voor niet te simmen, deze keer eens niet. Waarom ook. Haar vader had zo veel operaties en ziektes overwonnen, ze zou hem in december zeker weer zien. HP de Tijd 13/11 | 2009 [https://www.hpdetijd.nl/2009-11-13/de-verzwegen-dochter-alicia/ De verzwegen dochter Alicia]

Betekenis en uitleg van simmen

Simmen is een informeel Nederlands woord dat verwijst naar het maken van afspraken of afspraken maken met vrienden of bekenden. Het kan ook een gevoel van gezelligheid en saamhorigheid impliceren, vaak in een informele setting.

Je gebruikt het woord 'simmen' vaak wanneer je samen met anderen iets wilt afspreken, zoals een uitje of een bijeenkomst. Het heeft een speelse ondertoon en wordt veel gebruikt onder jongeren. Het woord doet denken aan een spontane en ongedwongen manier van samenzijn, waarbij de nadruk ligt op plezier en verbinding.

Voorbeelden

  • Laten we vanavond even simmen en kijken of we wat leuks kunnen doen met de groep.
  • Ze hebben de hele middag gesimmd over waar ze dit weekend naartoe willen gaan.
  • Tijdens het simmen kwamen ze op het idee om samen een roadtrip te maken.

Veelgestelde vragen over simmen

Wat is de betekenis van simmen?

simmen betekent: uiten van ontevredenheid

Wat zijn synoniemen van simmen?

Synoniemen van simmen zijn: zeuren, zaniken, klagen, jengelen, zeiken.

Hoe gebruik je simmen in een zin?

Voorbeeld: “Toeristen die terugkomen uit straatarme Afrikaanse streken mogen graag met verbazing vertellen over de vrolijkheid van de mensen aldaar, hun levenskunst en hoe wij in het rijke Westen daar nog iets van kunnen opsteken. Van die pakweg Keniaanse opgewektheid kijk ik in het geheel niet op – waarom zouden armoedige levensomstandigheden tot een slecht humeur moeten leiden? In de oorlog zat bij ons toch ook niet iedereen constant te simmen? HP de Tijd 04/09 | 2009 door:Beatrijs Ritsema [https://www.hpdetijd.nl/2009-09-04/demonstratief-rijk/ Demonstratief rijk]

Etymologie

*sim met uitgang -en