stank

mannelijk (de)/stɑŋk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een sterke, stinkende geur
    De stank was niet te harden.
    Er hing een misselijkmakende stank van rottende kadavers in de lucht.
    De stank van hun verkoolde lichamen liestankt me kokhalzen, ' appte Selma me als vertaling.

Uitdrukkingen

  • stank voor dankeen boze ontevreden opmerking krijgen als je iemand geholpen hebt

Vertalingen

Engelsstench
DuitsGestank
Spaansfetidez, hedor, mal olor
Russischвонь, зловоние