stijg
vrouwelijk (de)/stɛix/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (eenheid) (verouderd) een set van twintig, twintigtal (vrijwel uitsluitend van eieren)
zelfstandig naamwoord
- (medisch) strontje op het oog, hordeolum externum
Etymologie
* [B] In de betekenis van ‘strontje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599 , verwant aan Fries "stiich", Engels "sty" "strontje, zweertje op het ooglid"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek