twinkelen

/ˈtwɪŋkələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. van een helder lichtje dat het snel aan en uitgaat zoals bij een ster
    De film begint 350 jaar geleden en gaat door tot 150 jaar na nu. Gedurende die vijfhonderd jaar spuwen de witte, twinkelende sterren in het beeld continu 'sterrenwinden' uit, die met elkaar botsen en dan in een spiraal naar het zwarte gat in het centrum van de Melkweg vallen. De Standaard 13/01/2018 door Pieter Van Dooren [http://www.standaard.be/cnt/dmf20180113_03297082 De melkweg zoals u hem nog nooit zag]
  2. het glinsteren van de ogen
    Liesbeth Letink kletst de oren van je kop en barst om de haverklap uit in een aanstekelijke schaterlach. Henri is stilletjes, maar zijn ogen twinkelen van plezier. Tubantia Mark van der Werf 23-07-15 [https://www.tubantia.nl/binnenland/de-vonk-sloeg-over-op-against-all-odds~a8391e28/ De vonk sloeg over op Against all odds]
    De 59-jarige kunstenares zit ontspannen in de keuken. Haar lichtgrijze ogen twinkelen continu. Logisch, wie zo’n mooi huis bewoont kan zich winnaar noemen van de Loterij. Tubantia 05-09-13 [https://www.tubantia.nl/enschede/online-stemmen-monumentenprijs-2013~a7429b5d/ Online stemmen monumentenprijs 2013]
    De ogen van de middenvelder gingen pas twinkelen toen het nieuwe systeem van het Nederlands elftal met vijf verdedigers, een spelmaker en twee spitsen aan de orde kwam. Tubantia 21 mei. 2014 [https://www.tubantia.nl/nederlands-voetbal/sneijders-ogen-twinkelen-pas-als-het-niet-meer-over-zijn-conditie-gaat~a4f7d8e0/ Sneijders ogen twinkelen pas als het niet meer over zijn conditie gaat]

Etymologie

* uit het Engels

Vertalingen

Engelstwinkle, give off light, radiate