uitschreeuwen

/'œytsxrewə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. met zeer luide, boze stem iets mededelen
    Maar denkt de schrijfster dan echt dat Lucas wel in volzinnen spreekt als hij in grote agonie afrekent met zijn ouders die hij achttien jaar niet heeft gezien, de pijn van zijn jeugd uitschreeuwend?de Standaard 29 SEPTEMBER 2017
    Als volwassenen niet in staat zijn normaal te doen, niet in staat zijn naar elkaar te luisteren en slechts met de vingers in hun oren heel hard hun eigen gelijk uitschreeuwen, zit er maar een ding op: lokale overheden moeten in het belang van de openbare orde voortaan geen demonstraties meer toestaan bij sinterklaasintochten.Tubantia Hans van Soest 20-NOVEMBER-2017

Vertalingen

Engelsshout out loud, scream, shriek