universiteitshoogleraar
mannelijk (de)/ynivɛrsiˈtɛitshoxlerar/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een hoogleraar aan een universiteit die zich alleen maar met onderzoek hoeft bezig te houden en dus niet met onderwijskundige of bestuurlijke zakenRinnooy Kan is onder meer universiteitshoogleraar Economie en Bedrijfskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Daarvoor was hij 6 jaar lang voorzitter van de Sociaal-Economische Raad. Hij is en was ook een veelgevraagd adviseur van de regering. Tubantia 27-03-14 [https://www.tubantia.nl/wetenschap/wetenschapsprijs-voor-rinnooy-kan~a8d430fb/ Wetenschapsprijs voor Rinnooy Kan]Volgens Lievers schopte Philipse het enkel en alleen door zijn liaison met Ayaan Hirsi Ali tot universiteitshoogleraar in Utrecht. “Die verhouding kreeg veel media-aandacht. Daardoor dacht het college van bestuur dat Philipse dan wel een goede filosoof moest zijn. In academisch-filosofische kringen wordt hij echter gezien als een schertsfiguur, een snoeshaan.” HP de Tijd WOUTER SINKE 22 APR 2009 [https://www.hpdetijd.nl/2009-04-22/menno-lievers-diskwalificeert-collega-filosofen/ Filosofenrel]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek