vredigheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de afwezigheid van drukte en rumoer'Kom met me mee: Ze vluchten de straat op, en alle vredigheid is uit deze ochtend verdwenen, achtergelaten bij het sinaasappelsap en de broodjes.' Een intens gevoel van vredigheid overviel haar.Alles ademt vredigheid.
Etymologie
* afleiding van vredig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek