waan
mannelijk (de)/wan/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (psychologie) een min of meer van de werkelijkheid afgeleide droomwereldHij verkeerde in de waan dat hij als een vogel kon vliegen.
- (psychologie) een overtuiging die gebaseerd is op een onjuiste waarneming of interpretatie van de werkelijkheidHet onduidelijke testament bracht hem in de waan een rijk man te zijn.
Uitdrukkingen
- de waan van de dag — de actuele gekte
- iemand in de waan laten — iemand niet de waarheid vertellen
Vertalingen
Engelsillusion, misapprehension, mistaken
Fransillusion, erreur
DuitsWahn, Wahn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek