welbehagen

onzijdig (het)/ˈwɛlbəˌhaɣə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de vreugde die veroorzaakt wordt door iets wat je als aangenaam ervaart
    En een jaarwisseling zonder drankmisbruik en vechtpartijen, zonder miljoenen euro’s aan schade door zinloze vernielingen en brandstichtingen, zonder gestreste huisdieren, zonder molestatie en bekogeling met vuurwerk van politie en hulpverleners, zonder hevig geknal tot diep in de nacht maar met een gezellig feest met familie en vrienden en om middernacht een toost op een gelukkig en gezond 2018 en een stille nacht met vrede op aarde en in de mensen een welbehagen. Dat wil toch iedereen.de Telegraaf 04 dec. 2017
    „Sinds de Anne Frank-boom is gekapt, is het de bekendste boom van Nederland. Volle kruin, uitstekende takken, precies zoals een kind een boom tekent. Twee keer daags passeer ik hem op de rit van Eindhoven naar Hendrik-Ido-Ambacht en terug. Dan denk ik ‘ha, daar is-ie weer’, hij geeft me welbehagen. Altijd mooi, in de zon, de mist, de sneeuw. Mijn levende kalender van de vier jaargetijden.de Telegraaf 18 feb. 2017
  2. het welgevallen dat God heeft in Zichzelf, Zijn Zoon en de mensheid
    Er verscheen een engel te midden van een grote hemelse heirschare of legermacht die o.m. luid verklaarde: ’Vrede op aarde, in de mensen een welbehagen’ (Lucas 2: vs 14)

Etymologie

*van Middelnederlands, op te vatten als

Vertalingen

Engelspleasure, happiness, euphoria