zuster
Wat is de betekenis van zuster?
zuster betekent: vrouwelijk kind van dezelfde ouders, zus
Betekenis
- vrouwelijk kind van dezelfde ouders, zus
- verpleegster in een ziekenhuis
- (religie) non, kloosterlinge
- vrouw die tot hetzelfde kerkgenootschap behoort
- vrouwelijke kameraad in een politieke strijd
Voorbeelden van "zuster" in een zin
- Johannes biedt zijn zuster een kijkje op de verkoop van tabak, kaneel en koffie, zijde en zout.
- Dit is haar eerste dag in Amsterdam en haar man en zijn zuster hebben haar nog geen enkele vraag gesteld, al geeft dit twistgesprek over geld haar de gelegenheid om haar bruidegom heimelijk te bestuderen.
- 'Waaraan is onze zuster Maren Brandt gestorven?' Nella ziet haar dode schoonzuster voor zich, de bebloede lakens, de pasgeboren Thea, de verstrengelde ledematen van Otto en Maren, hun geheimen diep in Marens levende lichaam begraven.
Betekenis en uitleg van zuster
Een zuster is meestal een vrouw die in een zorgverlenende rol werkt, vaak in een ziekenhuis of andere medische setting. Het kan ook verwijzen naar een vrouwelijke familielid, zoals een zus, maar in de zorgsector ligt de nadruk op de professionele rol die zij vervult.
Het woord 'zuster' wordt vaak gebruikt in de context van de gezondheidszorg, waar zusters verantwoordelijk zijn voor de verzorging van patiënten. In meer informele situaties kan het ook gebruikt worden om een sterke band tussen vrouwelijke familieleden aan te duiden. De term roept vaak beelden op van zorg, steun en empathie.
Voorbeelden
- De zuster hielp de patiënt met het aankleden na de operatie.
- Mijn zuster en ik hebben samen een weekendje weg gepland.
- Toen ik ziek was, zorgde mijn zuster ervoor dat ik alles had wat ik nodig had.
Woordoorsprong
Het woord 'zuster' is afgeleid van het Oudnederlands 'suster', dat verwant is aan het Germaanse 'swestar'.
Veelgestelde vragen over zuster
Wat is de betekenis van zuster?
zuster betekent: vrouwelijk kind van dezelfde ouders, zus
Hoeveel betekenissen heeft zuster?
zuster heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft zuster?
zuster is een vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van zuster?
Synoniemen van zuster zijn: verpleegster, ziekenverpleegster, ziekenzuster, kameraad.
Hoe gebruik je zuster in een zin?
Voorbeeld: “Johannes biedt zijn zuster een kijkje op de verkoop van tabak, kaneel en koffie, zijde en zout.”
Etymologie
:Andere: (: ἔορ (eor)), : स्वसृ (svásṛ), : քույր (k’uyr), : خواهر (ḵẖẉāhar), خوهر(ḵẖẉahar), : xᵛaŋhar-, : xwār, : خور (xowr), : ṣar, : ṣer