aftreksom

mannelijk/vrouwelijk (de)/'ɑftrɛksɔm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een rekenopgave die bestaat uit een aftrekking
    Met dit simpele aftreksommetje hebben gemeenten het meest van alle partijen meegewerkt en geprofiteerd van die te hoge (markt)prijsvorming van koopwoningen. Die luchtbel wordt nu twintig jaar later door het rapport Verhoeven aan de renteaftrek opgehangen. De Telegraaf 12 apr. 2013 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1117856/taxateurs-schuld-van-huizencrisis Taxateurs schuld van huizencrisis]
    Gisteren hield Van der Laan vol dat het kabinet „geen boekhouding bijhoudt van de waarde van mensen.” „De aanwezigheid van niet-westerse allochtonen laat zich niet reduceren tot een simpele optel- en aftreksom langs de meetlat van de euro.” Reformatorisch Dagblad 11-09-2009 [https://www.rd.nl/vandaag/politiek/forse-kritiek-op-pvv-tijdens-debat-1.109110 Forse kritiek op PVV tijdens debat]
  2. een bedrag dat men ergens van af kan trekken
    In juni, bij de presentatie van de jaarcijfers 2007, luidde de krantenkop: ”Advertenties fleuren EMG-cijfers op.” Visser: „Inmiddels kleurt de haperende advertentiemarkt de cijfers rood.” Ook op andere fronten is sprake van flinke extra kosten of deels verdampte (pensioen)tegoeden. „Een aftreksom kan opeens erg hard gaan.” Reformatorisch Dagblad Niek Sterk 16-12-2008 [https://www.rd.nl/vandaag/economie/in-amsterdam-regen-spetters-in-apeldoorn-1.1317402 In Amsterdam regen, spetters in Apeldoorn]

Vertalingen

Engelssubtraction sum