beslommering

vrouwelijk (de)/bə'slɔmərɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets waarover je veel zorgen hebt
  2. bezigheid met wat zorg
    Natuurlijk helpen Sander en Evelien een handje, maar de dagelijkse beslommeringen zoals wassen, strijken en schoonmaken blijft ze toch houden.

Etymologie

* In de betekenis van ‘zorg’ voor het eerst aangetroffen in 1642

Vertalingen

Engelsdaily pursuit