beslommering
vrouwelijk (de)/bə'slɔmərɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets waarover je veel zorgen hebt
- bezigheid met wat zorgNatuurlijk helpen Sander en Evelien een handje, maar de dagelijkse beslommeringen zoals wassen, strijken en schoonmaken blijft ze toch houden.
Etymologie
* In de betekenis van ‘zorg’ voor het eerst aangetroffen in 1642
Vertalingen
Engelsdaily pursuit
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek