constructie

vrouwelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van constructie?

constructie betekent: het in elkaar zetten of produceren van iets

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het in elkaar zetten of produceren van iets
  2. bouwkunde (bouwkunde) een bouwkundige (dragende) samenstelling van bouwmaterialen (die verantwoordelijk is voor de stabiliteit van het bouwwerk)
  3. techniek (techniek) iets dat uit mechanische onderdelen is opgebouwd
  4. juridisch (juridisch) juridische ~ een specifieke manier van regelgeving of foefje b.v. een beschermingsconstructie, sale-and-lease-backconstructie, u-bochtconstructie of een sterfhuisconstructie
  5. sociologie, filosofie (sociologie) (filosofie) een naar een stel ideeën samengesteld geheel
  6. taalkunde (taalkunde) de opbouw van een zin of literair werk b.v. zinsconstructie

Voorbeelden van "constructie" in een zin

  • Bij de constructie van auto's worden grote hoeveelheden spoelwater gebruikt bij de oppervlaktebehandeling.
  • De constructie van het verleden.
  • Een constructie van baksteen.
  • Een gelaste constructie.
  • Of het zoveel beter was, liet ze in het midden. Deze constructie had het nadeel dat zij op de zondagnamiddag volkomen stuk zat.

Betekenis en uitleg van constructie

Het woord 'constructie' verwijst naar de manier waarop iets is opgebouwd of samengesteld. Dit kan zowel letterlijk zijn, zoals bij gebouwen en bruggen, als figuurlijk, zoals bij ideeën of argumenten.

Je gebruikt 'constructie' vaak in technische of bouwkundige contexten, waar het gaat om de structuur van een object. Maar het kan ook betrekking hebben op de opbouw van teksten of concepten, zoals in de constructie van een verhaal. Het woord draagt een nuance van creativiteit en organisatie, waarbij verschillende elementen samenkomen om een geheel te vormen.

Voorbeelden

  • De constructie van de nieuwe school werd in recordtijd afgerond door het bouwteam.
  • In zijn presentatie legde hij de constructie van zijn argumenten helder uit, zodat het publiek het goed kon volgen.
  • De architect was trots op de innovatieve constructie van het dak, dat niet alleen esthetisch was, maar ook functioneel.

Woordoorsprong

Het woord 'constructie' komt van het Latijnse 'constructio', wat 'opbouw' of 'samenstelling' betekent.

Veelgestelde vragen over constructie

Wat is de betekenis van constructie?

constructie betekent: het in elkaar zetten of produceren van iets

Hoeveel betekenissen heeft constructie?

constructie heeft 6 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft constructie?

constructie is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van constructie?

Synoniemen van constructie zijn: bouw, aanleg, opbouw, bouwconstructie, bouwwerk.

Hoe gebruik je constructie in een zin?

Voorbeeld: “Bij de constructie van auto's worden grote hoeveelheden spoelwater gebruikt bij de oppervlaktebehandeling.

Etymologie

*waarschijnlijk niet van construeren

Vertalingen

Engelsconstruction, construct
Fransconstruction
Spaansconstrucción