farmacoloog

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wetenschap, beroep (wetenschap), (beroep) beoefenaar farmacologie, de studie naar de effecten van geneesmiddelen of andere stoffen op het lichaam.

Etymologie

* Van het griekse φάρμακον, pharmakon, "gif in het klassieke Grieks; drug in het moderne Grieks"

Vertalingen

Spaansfarmacólogo