gezel

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. makker, reisgenoot
  2. middeleeuwse ambachtsman in een gilde die nog niet de rang van meester of baas had verworven
  3. beroep (beroep) handwerksman die als knecht onder een baas werkt

Etymologie

* In de betekenis van ‘makker’ voor het eerst aangetroffen in 1100

Vertalingen

Spaanscamarada, compañero
Russischподмастерье