gezel
Wat is de betekenis van gezel?
gezel betekent: makker, reisgenoot
Betekenis
- makker, reisgenoot
- middeleeuwse ambachtsman in een gilde die nog niet de rang van meester of baas had verworven
- (beroep) handwerksman die als knecht onder een baas werkt
Betekenis en uitleg van gezel
Een gezel is iemand die samen met anderen een bepaald vak of kunst uitoefent, vaak als leerling of beginnend vakman. Je kunt het zien als een soort compagnon die je helpt en ondersteunt in je ontwikkeling.
Het woord wordt vaak gebruikt in de context van ambachten en beroepen, vooral in historische of traditionele settings. Een gezel kan ook verwijzen naar iemand die je gezelschap houdt, zoals een vriend of metgezel. In moderne taal kan het soms een wat poëtische of nostalgische bijklank hebben, waarbij het idee van samenwerking en kameraadschap naar voren komt.
Voorbeelden
- Tijdens zijn opleiding als timmerman werkte hij vaak samen met zijn gezellen, die hem hielpen de fijne kneepjes van het vak te leren.
- Ze ging met haar gezel op reis, de twee waren onafscheidelijk en deelden talloze avonturen.
- In het middeleeuwse gilde was het gebruikelijk dat gezellen samenwoonden en elkaar hielpen bij het leren van het ambacht.
Woordoorsprong
Het woord 'gezel' is afgeleid van het Middelnederlandse 'gesel', wat 'maat' of 'kameraad' betekent. Dit toont de sterke sociale en samenwerkende betekenis van het woord aan.
Veelgestelde vragen over gezel
Wat is de betekenis van gezel?
gezel betekent: makker, reisgenoot
Hoeveel betekenissen heeft gezel?
gezel heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft gezel?
gezel is een mannelijk (de).
Etymologie
* In de betekenis van ‘makker’ voor het eerst aangetroffen in 1100