inpikken

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. iets je toe-eigenen, je ergens van meester maken
    Wij hebben nog de laatste zitplaatsen kunnen inpikken.
    Weer een ander vertelt over ándere Marokkanen die tegen hem klagen over PVV’ers. „Ik zeg dan: stel jij je eens voor dat er in Marokko Zuid-Afrikanen komen die onze banen inpikken. Dan stemmen wij daar óók op een politicus als Wilders.” NRC Petra de Koning 9 december 2016