Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
jodokus
mannelijk (de)/joˈdokʏs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informeel) sufferdBij de tweede goal, een kwartier na rust, hield Brugge de ballenvanger van Jonge Kracht ook in de gaten. Die stond als een jodokus op de zestien terwijl Brugge halverwege het veld over stormde richting Jonge Kracht-spelers.
- (eufemisme) geslachtsdeel van de manZal je net zien dat deze darkroom de eerste is die het nieuwbedachte CDA-beleid gaat uitvoeren, en dus het licht heeft aangedaan. Vol. Fel. Zit je in je blote jodokus onder twaalf bakken tl-licht.Maar die gast heeft dus viagra genomen. Daardoor zit ‘ie met een joekel van een jodokus in z’n broek.Daarna had hij, als hij dan toch een foto van z’n jodokus wilde doorsturen, een DM (direct message) moeten sturen in plaats van een publieke tweet.
Etymologie
*vermoedelijk van "Jodocus" [https://web.archive.org/web/20181001204645/http://www.meertens.knaw.nl/ewnd/boeken/woord/9708 "Woord: jodocus" eWND: elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (2015-…) op website Meertens Instituut: meertens.knaw.nl][https://www.meertens.knaw.nl/nvb/verklaring/naam/Jodocus "Jodocus. Verklaring" in: Nederlandse Voornamenbank op website Meertens Instituut: meertens.knaw.nl]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek