piel

mannelijk (de)/pil/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vulgair (vulgair) mannelijk geslachtsdeel
  2. verouderd (verouderd) staafje met een scherpe punt dat met een boog wordt weggeschoten
  3. dierkunde (dierkunde) jonge eend (watervogel uit de familie ), soms ook gebruikt als algemene benaming voor eend of (jonge) watervogel
  4. lastig karwei
  5. afgebroken of afgesneden stuk

Etymologie

*[4], [5] van pielen