woorden
boek
Start
›
K
›
kribbigheid
kribbigheid
vrouwelijk (de)
/ˈkrɪbəxˌhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
de mate waarin men geïrriteerd of boos is
uiting die getuigt van ergernis of boosheid
Etymologie
*afleiding van kribbig
Synoniemen
wrevel
ongenoegen
boosheid
ergernis
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← kribbiger
kribde →