pas
Wat is de betekenis van pas?
pas betekent: om aan te geven dat men de beurt voorbij laat gaan.
Betekenis
- om aan te geven dat men de beurt voorbij laat gaan.
- het plaatsen van de ene voet voor de andere bij het gaan.
- manier van lopen.
- door een overheid verkregen identiteitsbewijs.
- doorgang tussen bergtoppen, waar men over de bergkam heen kan.
- (in België) (sport) schot naar een medespeler
- (dans) een sierlijke stap gedaan door een artiest op het podium
Voorbeelden van "pas" in een zin
- Ik kan geen goede zet doen. Pas!
- Let op je passen en trap niet in die hondendrol!
- Vertraag je pas eens zodat de rest van de groep kan volgen.
- Laat je pas eens zien, onder de 18 jaar mag je hier niet binnen.
- Die pas voerde hen over de bergkam heen.
Betekenis en uitleg van pas
Het woord 'pas' verwijst naar een bepaalde maat of stap die je zet, vaak met betrekking tot tijd of afstand. Het kan ook duiden op het moment waarop iets gebeurt, zoals in 'pas geleden' of 'pas nu'.
Je gebruikt 'pas' vaak om aan te geven dat iets recentelijk heeft plaatsgevonden of dat je iets nog maar net hebt gedaan. Het woord kan ook een gevoel van nieuwheid of recentheid overbrengen, zoals wanneer je het hebt over een 'pas aangeschafte auto'. Het is handig in gesprekken waar tijd en volgorde belangrijk zijn.
Voorbeelden
- Ik heb pas een nieuwe fiets gekocht en ik kan niet wachten om ermee te gaan fietsen.
- Hij was pas terug van vakantie toen hij de uitnodiging ontving voor het feestje.
- De presentatie was pas gisteren, maar ik ben al vergeten wat er allemaal gezegd is.
Woordoorsprong
Het woord 'pas' komt van het Oudnederlandse 'pasa', wat 'stap' of 'gang' betekent. Het is verwant aan woorden in andere Germaanse talen die ook een soortgelijke betekenis hebben.
Veelgestelde vragen over pas
Wat is de betekenis van pas?
pas betekent: om aan te geven dat men de beurt voorbij laat gaan.
Hoeveel betekenissen heeft pas?
pas heeft 7 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft pas?
pas is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je pas in een zin?
Voorbeeld: “Ik kan geen goede zet doen. Pas!”
Etymologie
#in nog hogere mate.
Uitdrukkingen
- Pas uit de dop komen — nog niet lang ergens aan deelnemen
- Ergens bij te pas komen — Ergens bruikbaar, handig voor zijn
- Geen pas geven — Niet zijn zoals het hoort
- Iemand de pas afsnijden — Iemand de voortgang belemmeren (ook fig.)
- Kwalijk te pas zijn — Er slecht aan toe zijn
- Te pas en te onpas — Zo nu en dan
- Van pas komen — Bruikbaar, handig zijn