prediken
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (religie) de leer van een geloof verkondigenDe dominee predikte over de brief aan de Romeinen.
- tweede betekenisomschrijvingZin met het prediken in de tweede betekenis erin.
- enz.
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘Gods woord verkondigen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1200
Vertalingen
Engelspreach
Fransprêcher
Duitspredigen
Spaanspredicar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek