prediken

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, religie (ov) (religie) de leer van een geloof verkondigen
    De dominee predikte over de brief aan de Romeinen.
  2. tweede betekenisomschrijving
    Zin met het prediken in de tweede betekenis erin.
  3. enz.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘Gods woord verkondigen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1200

Vertalingen

Engelspreach
Fransprêcher
Duitspredigen
Spaanspredicar