roerigheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- onrustJaap voelde zich bijna alsof hij thuis was, alle roerigheid en haastigheid was hem afgenomen geworden.
Etymologie
*afleiding van roerig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*afleiding van roerig