smiecht
mannelijk (de)/smixt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheldwoord) bedrieglijk persoonDe smiecht had hem van een Moldavisch grietje afgetroggeld.Vsevolod Garsjin, [https://books.google.nl/books?id=Ddd2AAAAQBAJ&pg=PT82&lpg=PT82&dq=%22smiecht+had+hem%22&source=bl&ots=Dd3qa_hr5U&sig=IcYWmxtMtfz3WNowSK_QqIPcyNQ&hl=nl&sa=X&ved=0CCIQ6AEwAGoVChMI9LLzm6SuxwIVRVcUCh2OZg8Wv=onepage&q=%22smiecht%20had%20hem%22&f=false De beren en andere verhalen], 2011
- (scheldwoord) verdorven iemandWat is hij een vuile smiecht.
Etymologie
*wellicht van "smiegen" "stiekem handelen", in de betekenis van ‘smeerlap’ aangetroffen vanaf 1899
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek