stijgen
Wat is de betekenis van stijgen?
stijgen betekent: (erga) naar boven gaan, toenemen
Betekenis
- (erga) naar boven gaan, toenemen
Voorbeelden van "stijgen" in een zin
- Wandeling 24,5 kilometer, 530 meter stijgen en 820 meter dalen, 8 uur wandelen.
- De heteluchtballon steeg langzaam.
- De koersen zullen niet stijgen, eerder dalen.
Betekenis en uitleg van stijgen
Stijgen betekent dat iets omhoog gaat of toeneemt. Je kunt het gebruiken voor fysieke objecten, zoals een luchtballon die de lucht in gaat, maar ook voor abstracte zaken, zoals prijzen of temperaturen die oplopen.
Het woord 'stijgen' wordt vaak gebruikt in verschillende contexten, zoals economie wanneer prijzen of aandelen omhoog gaan. Het kan ook betrekking hebben op persoonlijke groei, zoals in 'zijn zelfvertrouwen is gestegen'. De nuance van het woord kan positief zijn, maar het kan ook een bezorgdheid uitdrukken wanneer bijvoorbeeld de temperatuur stijgt.
Voorbeelden
- De temperaturen beginnen te stijgen nu de zomer in aantocht is.
- Na het behalen van zijn diploma is zijn carrière snel gaan stijgen.
- De luchtballon steeg majestueus op in de heldere ochtendlucht.
Woordoorsprong
Het woord 'stijgen' komt van het Oudnederlands 'stīgan', wat 'opklimmen' of 'opgaan' betekent. Het heeft verwante woorden in andere Germaanse talen die een vergelijkbare betekenis hebben.
Veelgestelde vragen over stijgen
Wat is de betekenis van stijgen?
stijgen betekent: (erga) naar boven gaan, toenemen
Wat zijn synoniemen van stijgen?
Synoniemen van stijgen zijn: klimmen, opgaan, omhooggaan, opkomen, rijzen.
Hoe gebruik je stijgen in een zin?
Voorbeeld: “Wandeling 24,5 kilometer, 530 meter stijgen en 820 meter dalen, 8 uur wandelen.”
Etymologie
* (erfwoord): Middelnederlands stīghen, uit Oudnederlands stīgan, ontwikkeld uit Oergermaans *stīgan- ‘omhooggaan, klimmen’, bij de Indo-Europese wortel *steigʰ- ‘stappen, stijgen’, waartoe ook Oudiers tíagu ‘ik ga, schrijd’, Oudgrieks steíkhein ‘gaan, lopen’ en Sanskrit stighnoti ‘hij loopt’ behoren. Evenals Nederduits stiegen, Duits steigen en Fries stige.