teamgenoot
Wat is de betekenis van teamgenoot?
teamgenoot betekent: personen die in hetzelfde team samenwerken of sporten
Betekenis
- personen die in hetzelfde team samenwerken of sporten
Voorbeelden van "teamgenoot" in een zin
- De enige man in de groep springt naar voren. Hij kwam tot nieuwe inzichten door een gedachte aan zijn wekelijkse voetbaltraining. „Als ik een bal verkeerd schiet, hoor ik dat nog drie keer van mijn teamgenoten”, vertelt hij in de kring. „Eigenlijk is hun negatieve oordeel de enige reden dat ik baal van zo’n bal.” „Heel goed”, zegt Van der Drift. „Het is vaak de omgeving die jou vertelt dat iets fout is, waardoor je het gaat geloven.” NRC Doortje Smithuijsen 3 januari 2017
Betekenis en uitleg van teamgenoot
Een teamgenoot is iemand met wie je samenwerkt in een team, bijvoorbeeld in sport, werk of een project. Je deelt verantwoordelijkheden en doelen met deze persoon, en jullie ondersteunen elkaar om het beste resultaat te behalen.
Het woord 'teamgenoot' wordt vaak gebruikt in contexten waar samenwerking centraal staat, zoals bij sportteams, werkprojecten of studiegroepen. Het benadrukt het idee van saamhorigheid en collegialiteit, waarbij elk lid van het team bijdraagt aan het gezamenlijke succes. In informele situaties kan het ook een gevoel van kameraadschap en vriendschap impliceren.
Voorbeelden
- Tijdens de training moedigden mijn teamgenoten me aan om harder te werken aan mijn schoten.
- Als teamgenoten hebben we samen de deadline gehaald door efficiënt samen te werken.
- Het is belangrijk om goed te communiceren met je teamgenoten tijdens een project om misverstanden te voorkomen.
Woordoorsprong
Het woord 'teamgenoot' is samengesteld uit 'team', dat afkomstig is uit het Engels en 'genoot', wat verwijst naar iemand die samen met anderen een bepaalde activiteit beoefent.
Veelgestelde vragen over teamgenoot
Wat is de betekenis van teamgenoot?
teamgenoot betekent: personen die in hetzelfde team samenwerken of sporten
Welk woordgeslacht heeft teamgenoot?
teamgenoot is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van teamgenoot?
Synoniemen van teamgenoot zijn: ploegmakker, medespeler, maat, collega, gabber.
Hoe gebruik je teamgenoot in een zin?
Voorbeeld: “De enige man in de groep springt naar voren. Hij kwam tot nieuwe inzichten door een gedachte aan zijn wekelijkse voetbaltraining. „Als ik een bal verkeerd schiet, hoor ik dat nog drie keer van mijn teamgenoten”, vertelt hij in de kring. „Eigenlijk is hun negatieve oordeel de enige reden dat ik baal van zo’n bal.” „Heel goed”, zegt Van der Drift. „Het is vaak de omgeving die jou vertelt dat iets fout is, waardoor je het gaat geloven.” NRC Doortje Smithuijsen 3 januari 2017”