doen

onzijdig (het)/dun/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een actie ondernemen
    Laten we wat anders doen.
    Het zal u zijn opgevallen dat het hotel hier en daar sporen vertoont van achterstallig onderhoud. We hebben nu eenmaal niet zoveel gasten meer als vroeger. Ook daaraan wil meneer Wang iets doen. Hij streeft naar een volle bezetting.
  2. auxl (auxl) maakt van een ergatief werkwoord een causatieve constructieIn Belgisch-Nederlands wordt deze betekenis meer gebruikt, in Nederland is buiten formele taal "laten" meer gangbaar.
    De hitte van de zon deed de boter smelten.
  3. het ~ functioneren (in veel gevallen direct gevolgd door "goed" of "slecht")
    Hij deed het goed op zijn werk.
  4. spreektaal (spreektaal) op een andere plaats brengen
    Hij doet de suiker in de suikerpot.
    Doe dat maar in de vuilnisbak.
  5. een bepaalde intrinsieke waarde hebben
  6. handel (handel) als prijs hebbenVaak in combinatie met een geldbedrag per hoeveelheid.
    Goud doet nu meer dan 50.000 euro per kilo.
  7. verkeer (verkeer) als snelheid hebben
  8. ~ aan: iets beoefenen zonder dat dit beroepsmatig is
    Hij deed aan bergbeklimmen.
  9. informeel, seksualiteit het ~ (informeel), (seksualiteit) geslachtsgemeenschap hebben
    Zij heeft het verdomme met hem gedaan!
zelfstandig naamwoord
  1. het verrichten van een werk
    Tegenwoordig is niet het spreken belangrijk, maar het doen.

Etymologie

*[5.2] vergelijk "faire … par heure"

Uitdrukkingen

  • Aangifte doenBij de politie melding maken van een misdrijf / Bij de gemeente de geboorte van een kind melden / De belastingaangifte indienen
  • Cadeau doenAls geschenk geven
  • Doen alsof je neus bloedtIets belangrijks negeren of bewust niet reageren, terwijl men wel wordt geacht dit te doen
  • Een beroep op iets of iemand doenVragen of iemand zijn vaardigheden wil inzetten / iets ergens voor gebruiken
  • Een gebedje doenEen gebed opzeggen
  • Dat doet me watDat emotioneert me, dat grijpt me aan
  • Er is niets aan te doenGezegd van iets vervelends dat niet aangenamer gemaakt kan worden
  • Het is daarom te doenDat is het hoofdpunt, daar gaat het om

Vertalingen

Engelsdo
Fransfaire
Duitsmachen, tun, schenken
Spaanshacer
Italiaansfare
Portugeesfazer
Russischделать, сделать
Japansする, なす
Poolsrobić
Zweedsgöra
Deensaflægge, lave, gøre