fatsoenlijk
Wat is de betekenis van fatsoenlijk?
fatsoenlijk betekent: voldoend aan algemeen bestaande verwachtingen
Betekenis
- voldoend aan algemeen bestaande verwachtingen
- op een nette manier zonder te morsen en te smakken
- de juiste morele keuzes makend
Voorbeelden van "fatsoenlijk" in een zin
- De grasmaaier was een fatsoenlijk apparaat.
- 'Voor mij is een fatsoenlijke maaltijd: entree, plat, kaas, dessert', zegt Frédéric Deidier (49), terwijl hij enthousiast op zijn enorme buik kletst.
- Hij kan niet eens fatsoenlijk eten.
- Als het om de plunderingen van de bolsjewieken aan de overkant van de Oostzee ging was de eensgezindheid uiteraard groot. Ieder fatsoenlijk mens had achter Finland gestaan zolang de oorlog duurde.
Betekenis en uitleg van fatsoenlijk
Het woord 'fatsoenlijk' verwijst naar iets dat als acceptabel, respectabel of gepast wordt beschouwd. Het heeft vaak te maken met normen en waarden die in een bepaalde context worden verwacht.
Je gebruikt 'fatsoenlijk' om aan te geven dat iets voldoet aan sociale of morele standaarden. Dit kan bijvoorbeeld slaan op gedrag, kleding of manieren van communiceren. Het woord kan zowel een positieve als een neutrale connotatie hebben, afhankelijk van de context waarin het wordt gebruikt.
Voorbeelden
- Ze droeg een fatsoenlijke jurk naar het formele diner.
- Het is fatsoenlijk om je excuses aan te bieden als je iemand hebt beledigd.
- Hij gedroeg zich niet fatsoenlijk tijdens de vergadering, waardoor de sfeer ongemakkelijk werd.
Woordoorsprong
Het woord 'fatsoenlijk' is afgeleid van het Middelnederlandse 'fatsoen', dat 'gedrag' of 'manieren' betekent. Het is verwant aan het Franse 'façon', wat 'wijze' of 'manier' betekent.
Veelgestelde vragen over fatsoenlijk
Wat is de betekenis van fatsoenlijk?
fatsoenlijk betekent: voldoend aan algemeen bestaande verwachtingen
Hoeveel betekenissen heeft fatsoenlijk?
fatsoenlijk heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je fatsoenlijk in een zin?
Voorbeeld: “De grasmaaier was een fatsoenlijk apparaat.”
Etymologie
afgeleid van fatsoen zn met het achtervoegsel -lijk