opstapelen
/ˈɔpstapələ(n)/
Wat is de betekenis van opstapelen?
opstapelen betekent: boven op een grote hoop leggen, ergens een hoop van maken
Betekenis
werkwoord
- boven op een grote hoop leggen, ergens een hoop van maken
- zich opstapelen: groter worden, toenemen
Voorbeelden van "opstapelen" in een zin
- Een man die het imago had voorzichtig te zijn, maar onder wiens voorzitterschap het directiecomité de risico’s zou opstapelen zonder het zelf te beseffen. de Standaard ZATERDAG 9 SEPTEMBER 2017
- De problemen stapelden zich op, zodat de man wanhopig was geworden.
- Vorig jaar kreeg de regering ook al drie scherpe rapporten overhandigd over de falende aanpak van schulden. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de Ombudsman en de Algemene Rekenkamer stelden allemaal vast dat het in Nederland heel gemakkelijk is om in korte tijd in grote financiële problemen te komen, doordat na een kleine betalingsachterstand boetes en incassokosten zich opstapelen. En eenmaal in de schulden moet je over veel bureaucratische vaardigheden beschikken om er weer uit te komen. Volkskrant Tjerk Gualthérie Van Weezel 26 juni 2017
- Sinds het laatste meisje is vertrokken, heeft de was zich opgestapeld, en er is bijna geen linnengoed meer.
Vertalingen
Engelspile
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek